Sustainability Impact of New Technology on After sales Service supply chains (SINTAS)

Projectleider

Matthieu Heijden

associate professor

Reserveonderdelen uit de 3D-printer

Wat als je reserveonderdelen nu eens ter plekke kon printen, op het moment dat je ze nodig hebt? Dat zou de productie en opslag van heel wat minder courante en vaak kostbare reserveonderdelen, flink doen dalen. Duurzamer dus vooral voor voor kapitaalintensieve goederen zoals vliegtuigen en defensiesystemen. Wetenschappers van de Universiteit Twente en de Technische Universiteit Eindhoven onderzoeken daarom, samen met een aantal bedrijven en defensie, de mogelijkheid om de logistiek van ‘after sales’ en reserveonderdelen te stroomlijnen door gebruik te maken van 3D-printing. Ofwel door het hele onderdeel te printen, ofwel door componenten van ervan te printen en ter plekke in elkaar te zetten.

Bij organisaties als Fokker Services, Thales en Defensie liggen tienduizenden reserveonderdelen op voorraad in magazijnen. Hiermee willen zij voorkomen dat dure kapitaalgoederen zoals radarapparatuur, geavanceerde wapens en vliegtuigen, onnodig lang stilstaan met defecten. Levertijden van vitale onderdelen kunnen oplopen tot meer dan een half jaar, zeker als deze weinig gebruikt worden. Daarom worden hoge voorraden aangehouden. Een flink deel van de opgeslagen reserveonderdelen wordt echter uiteindelijk niet gebruikt en moet vernietigd worden omdat ze verouderd zijn. Dat is slecht voor het milieu en zonde van het geld. Daarnaast zorgt de grote voorraad voor extra hoge opslagkosten.

Matthieu van der Heijden is universitair hoofddocent bij het departement Industrial Engineering and Business Information System van de Universiteit Twente. “Je hebt te maken met zowel preventief onderhoud als onverwacht onderhoud. Schroefjes en moeren zijn vaak nog wel universeel en worden veel verkocht, maar andere reserveonderdelen zijn prijzig (tienduizenden euro’s per stuk) en worden amper gebruikt. Er wordt veel voorraad aangehouden en als je de reserveonderdelen weg moet gooien is het kapitaalvernietiging. Maar pas bestellen als je ze nodig hebt kan ook niet vanwege de lange levertijden.”

Er zijn verschillende partijen uit het werkveld bij het onderzoek betrokken. Het gaat om Additive Industries, Fokker Services, het Ministerie van Defensie, National Aerospace Laboratory (NLR), Thales Nederland en Dinalog. Additive Industries en NLR hebben specifieke kennis in huis van de mogelijkheden van 3D-printing. “We kijken niet alleen naar het heden maar ook naar de situatie over vijf tot tien jaar. Thales (producent radarsystemen voor de Marine), Fokker en Defensie zijn gebruikers. Drie studenten hebben bij hun afstudeeronderzoek de data al in kaart gebracht. Welke producten zijn geschikt om te printen, hoeveel kosten die, hoe lang duurt het voordat een besteld onderdeel regulier binnen is?”

Het gaat volgens Van der Heijden om tienduizenden onderdelen, het is niet haalbaar om van ieder onderdeel alle technische karakteristieken die van belang zijn voor het kunnen printen ervan, in kaart te brengen. Er is daarom eerst een economische afweging gemaakt, een top 20 van interessante reserveonderdelen. Het gaat dan om relatief dure onderdelen die niet in massaproductie gemaakt worden. Bij die onderdelen wordt gekeken of 3D-printing technisch mogelijk is, of de kwaliteit vergelijkbaar is en hoe de logistieke keten dan zou moeten worden ingericht. Daarbij kan gedacht worden aan productie op het moment dat de behoefte ontstaat, sterke vermindering van voorraden doordat de productiedoorlooptijden veel korter zijn en reparatie van defecte onderdelen met 3D printing technologie. Daarnaast is het met 3D printing mogelijk om complexe vormen die momenteel worden samengesteld uit meerdere kleine onderdelen uit één stuk te maken. “Dat kan een gunstig effect hebben op de duurzaamheid van de onderdelen, aangezien defecten nogal eens optreden op plaatsen waar componenten aan elkaar bevestigd worden. Nadeel is dan weer dat bij een defect het hele onderdeel vervangen moet worden. Tot slot betekent 3D printing dat je ruwe grondstoffen op voorraad kunt hebben en die zijn in tegenstelling tot de reserveonderdelen veel goedkoper en ook voor veel meer zaken te gebruiken”.

 

Facts & Figures

NWO project Sustainability Impact of New Technology on After sales Service supply chains (SINTAS)
NWO programma Duurzame logistiek
Projectleider: Dr. Matthieu van der Heijden – Universiteit Twente

NWO-bedrag: € 644.310,00
Totale co-financiering: € 210.000,00
Consortium: Universiteit Twente, Technische Universiteit Eindhoven, Additive Industries, Fokker Services, Ministerie van Defensie, Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, Thales Netherlands, Dinalog

Onderwijs en onderzoek: 3 promovendi
Looptijd: 2015-2019

Dinalog roadmap: Stedelijke distributie en mobiliteit

Contact
NWO: Inge van Leeuwen


Startdatum: 1 nov 2014
Einddatum: 30 jun 2019