Cross Chain Collaboration Center (4C)

10 Consortia aan de slag binnen Accelerator

In het TKI Dinalog onderzoeksprogramma Accelerator 2016 zijn 10 projecten gehonoreerd. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu stelt de middelen, ruim 6,2 miljoen euro, voor deze onderzoeksprojecten beschikbaar. De consortia die binnen deze publiek-private samenwerkingen aan de slag gaan dragen zelf bij door de helft van het totale bedrag te co-financieren. Met de toekenning is een totale investering van bijna 13 miljoen euro in innovatieve projecten mogelijk gemaakt in de logistieke sector.

Projecten binnen het Acceleratorprogramma bestaan allemaal uit een samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties. De projecten dragen bij aan de maatschappelijke doelstellingen die in de Topsector Logistiek zijn benoemd: een betere concurrentiepositie van Nederland, besparing van CO2, en een aantrekkelijker logistiek beroep.

De Acceleratorprojecten zijn beoordeeld door de Programmacommissie van het TKI via het NWO systeem van competitie en volgens de bij NWO gebruikelijke kwaliteitsmaatstaven.

Gehonoreerde projecten:

4C control tower toepassingen voor bouwlogistiek

In een eerder TKI-toeslag project “4C in de bouwlogistiek” werd in de praktijk onderzocht wat het effect van 4C kan zijn in de bouwlogistiek. De resultaten zijn indrukwekkend te noemen. In deze proeftuinen werd een reductie van ca 35% op de CO2 uitstoot gerealiseerd en waren er 40% minder vervoersbewegingen nodig. In dit nieuwe innovatiecluster wordt opvolging gegeven aan dit project. Nieuwe concepten voor bedrijfsoverstijgende ketenregie en distributie worden verder onderzocht en toegepast in nieuwe proeftuinen. Verder wordt er een 4C control tower in de praktijk toegepast en BIM (een geïntegreerde database met alle informatiecomponenten behorend bij een bouwwerk) wordt gekoppeld aan logistieke informatie en rekenmodellen. De kennis en ervaringen uit deze activiteiten worden gedeeld in het bestaande, en verder uit te breiden, community “platform logistiek in de Bouw”.

Projectleider: Ir. Siem van Merrienboer MTL, TNO,
Partners: TU Delft, Universiteit Twente, Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Rotterdam, Volker Wessels, Dura Vermeer, Strukton, Van Wijnen, SMT, Scholtens Bouw Wognum, TLN en Bouwend Nederland

CoVadem+

Het vervoeren en overslaan van goederen beslaat circa 10% van onze economie met een jaarlijkse omzet van ruim 50 miljard euro. Daarvan betreft 35% het transport over water. Om deze positie te behouden en zelfs te versterken is het nodig om het vervoer over water steeds slimmer en schoner te maken. In dit onderzoek wordt ten behoeve van de binnenvaart een tweetal informatiediensten ontwikkeld, gebruikmakend van de CoVadem sensordata, namelijk een waterdieptevoorspeller en een brandstofverbruiksmonitor. Deze applicaties worden ingezet als extra hulpmiddelen bij het bepalen van optimale vaarschema’s en aflaaddieptes. Meer getransporteerde lading per reis en zuiniger varen zijn het resultaat. Daarnaast kan er gerichter en proactief worden gebaggerd en het vaarwegennet beter worden benut.

Projectleider: dr. ir. C.F. van der Mark, Deltares
Partners: Marin, Danser Group, NPRC, SDS Cornelia, Shipping Factory, ThyssenKrupp Veerhaven, BLN-Schuttevaer, Bureau Telematica Binnenvaart, Autena Marine, TU Delft, Rijkswaterstaat

Smartest Connected Cargo Airport Schiphol (SCCAS)

Luchtvrachthaven Schiphol bevindt zich in een zeer competitieve markt en staat voor grote logistieke uitdagingen. De grenzen van de beschikbare luchthaven capaciteit komen in zicht. Een groeiend volume aan vracht wordt vervoerd in de buik (‘belly’) van een passagiersvliegtuig, en moet worden geïntegreerd in het logistiek bijzonder complexe passagiers areaal en in de planning van de passagiersvliegtuigen, rekening houdend met steeds toenemende eisen op het gebied van veiligheid, uitvoerbaarheid binnen huidige organisaties en beheersing van kosten.

Smartest Connected Cargo Airport is een innovatieprogramma dat zich inzet voor het optimaliseren van processen, beter benutten van tijd en ruimte, verder integreren van goederen en informatiestromen en het opbouwen van een op innovatie gerichte community.

Projectleider: Dr. D.A. van Damme, Hogeschool van Amsterdam
Partners: Aviation Academy, TU Delft, Schiphol Nederland, Cargonaut, KLM Cargo

Kansen van het UCC voor de BV Nederland

De nieuwe Europese Douanewetgeving (DWU) harmoniseert het douanetoezicht op EU- buitengrensoverschrijdende goederenstromen. Een aantal, voor het bedrijfsleven aantrekkelijke, regelingen is in deze wetgeving vervallen. Dit project onderzoekt welke ruimte voor interpretatie de wetteksten bieden voor nieuwe toezichtconcepten. Voor het onderzoek is een diepgaande analyse nodig van het DWU. Deze uitdaging vraagt om een multidisciplinaire aanpak omdat het gaat om een combinatie van specialistische juridische, logistieke, toezichts- en ICT-vraagstukken. Een consortium van vakspecialisten identificeert in dit project aan een kennistafel waar de ruimte in het DWU ligt om nieuwe douaneprocessen te ontwikkelen. Vervolgens worden daarbinnen nieuwe concepten uitgewerkt, wordt de impact voor de BV Nederland in kaart gebracht en indien een regeling kansrijk en waardevol is wordt daarvoor een roadmap opgesteld waarmee de administratieve lasten en logistieke kosten voor bedrijven kunnen dalen.

Projectleider: Dr. T.M. Verduijn, Fontys Hogeschool
Partners: TU Eindhoven, Erasmus Universiteit Rotterdam, TU Delft, Belastingdienst Douane, Deloitte, PwC, Meijburg en Co, Ernst & Young

 

De community Logistiek en Circulaire Economie (LogiCE)

Logistiek Nederland kan een grote rol spelen in het bereiken van een circulaire economie, waarin reststromen hoogwaardig worden benut, minder grondstoffen worden gebruikt en de milieudruk lager wordt. Een logistieke dienstverlener weet welke reststromen er bij bedrijven zijn. Met kennis van zaken over waar deze reststromen ingezet kunnen worden is een rol als ketenregisseur grondstoffen logisch. Om deze rol in te vullen moeten wel de kennis en praktijkervaringen uit de logistiek en uit de circulaire economie verbonden worden. De nieuwe community LogiCE wil dit bereiken door kennis vanuit de logistiek en de circulaire economie in een actieve wisselwerking tussen bedrijven, lokale overheden en wetenschappers te ontwikkelen en toe te passen. De community bouwt voort op bestaande communities van Het Groene Brein en netwerken rondom retourlogistiek. Kansen voor een circulaire economie worden hierdoor gevonden en benut.

Projectleider: Prof. Dr. Jacqueline Bloemhof, Wageningen Universiteit
Partners: Hogeschool van Amsterdam, Het Groene Brein, FBR / The Source Shakers, Haven van Amsterdam, SADC, AMS: Advanced Institute for Metropolitan Solutions, Pure Birds

E-GLOBAL
Op dit moment worden meer e-commercezendingen in Nederland geïmporteerd dan geëxporteerd. Dat feit staat haaks op het beeld van Nederland als krachtige speler op de internationale logistieke markt. Dit project presenteert en geeft uitvoering aan het onderzoeksprogramma van de innovatiecommunity voor e-commerce logistiek.

Zeven speerpunten zijn geïdentificeerd ter versterking van de positie van Nederland op de e-commercemarkt. De bijbehorende projecten hebben allemaal als doel om nieuwe kennis te ontwikkelen die ook direct in de praktijk bruikbaar is. Zo wordt er gewerkt aan de community, aan het versterken van Nederland als e-fulfilment hotspot, verpakken en bedrukken op maat, omni-channel logistiek, magazijn strategieën, supply network strategieën en last-mile distributie.

Projectleider: prof.dr. Kees Jan Roodbergen, Rijksuniversiteit Groningen
Partners: Fontys Hogescholen, Amway Supply Chain Services, Binnenstadservice, Centric Netherlands, DB Schenker, Dimass Group, Districon, Fadello, Foodforcare, Gemeente Venlo, Greetz, HC Distributie, Inventory Management Competence Centre, NV Industriebank LIOF, OCe Technologies, Phact, Radboud umc, Seacon Logistics, Sligro, Thuiswinkel.org, Tradeport Noord Venlo

Smart Data Factory Innovations

Het grootschalig toepassen van “smart/big data” is noodzakelijk om belangrijke performance verbeteringen in de logistiek en supply chain mogelijk te maken; zoals kortere wachttijden, betrouwbare transporttijden, hogere bezettingsgraden, minder energieverbruik en CO2 en minder gedoe en oponthoud in de logistieke keten. Vraagstelling is daarbij welke use cases kansrijk zijn, welke data daarbij nodig is en of er relevante data analyses zijn waarmee de logistieke partijen de gewenste performance verbeteringen kunnen bereiken. In dit project wordt gewerkt aan vier concrete toepassingen waarvoor een generieke innovatiemethodiek  en een ICT referentieplatform wordt ingezet en verder wordt ontwikkeld. Denk hierbij aan een oplossing voor het matchen van truck platoons en een nieuw ETA system om de voorspelbaarheid en duurzaamheid van zeecontainers te vergroten.

Projectleider: Jan Burgmeijer, TNO
Partners: Erasmus Universiteit Rotterdam, Smartport, VOPAK, Simacan, Ortec, Route42, Havenbedrijf Rotterdam, Intertransis, Hermess, Jubly, Vanad Group, De Rijke Trucking, Internationaal Transport Overbeek, TLN, Phact, Portbase, LIOF Venlo, Transics, Calendar 42, Gibson, BCTN, CEVA Logistics


Blockchain & Logistics innovations

Blockchain-technologie is de laatste jaren bezig aan een wereldwijde opmars. De technologie, die gebruik maakt van een open netwerk van databases en functioneert als een openbaar, digitaal, gedistribueerd ‘grootboek’, kan op tal van manieren ingezet worden. In het project wordt de komende 2 jaar gewerkt aan de contouren voor een nieuwe informatie-infrastructuur gebaseerd op blockchain technologie, waarin operationele informatie, financiële stromen en contracten bij elkaar worden gebracht. Het gebruik van blockchain-technologie voor logistieke doeleinden zal in het project concreet gebouwd, getest en ‘live’ getest worden. Het eindresultaat van het project draait om de oplevering van drie concrete use cases: ketenfinanciering, voorraadfinanciering en circulaire economie. Het is een wereldwijde primeur dat er op dit niveau een concreet Blockchain project wordt gestart met verschillende partijen uit de logistieke keten. Meer hierover

Projectleider: Dr.ir. Johan Pouwelse, TU Delft
Partners: Windesheim, de SCF Community, TNO, Centric, Exact, ABN AMRO, SmartPort, Royal FloraHolland, Havenbedrijf Rotterdam, FB Basic en Cirmar, BeSCOPE Solutions, NBK, Innopay en Transfollow

 

Pricing of maritime and continental synchromodal services

In maritieme en continentale ketens zijn klanten tot op heden gewend om de prijs te betalen van de modaliteit die is besteld of door de logistiek dienstverlener wordt ingezet. Om kostenrisico’s door (onverwachte) modaliteitswissels te vermijden maken logistiek dienstverleners duidelijke afspraken over de modaliteitskeuze op basis van de (minimaal) beschikbare transittijden of vragen ze tussentijds akkoord aan klanten voor het inzetten van een duurdere transportoptie (met extra kosten voor de klant). Bij synchromodale diensten vervalt de duidelijkheid over de in te zetten modaliteit en daarmee ook de duidelijkheid over de prijs die klanten gewend zijn te betalen. De uitdaging voor synchromodale operators is om bij verladers die a-modaal boeken ook een a-modale prijs voor deze dienst te laten betalen. Een a-modale prijsstelling biedt meer duidelijkheid over de prijs aan een klant, maar de aan een logistiek dienstverlener overgedragen risico’s komen terug in de prijs.

Het doel van het project is om methoden te ontwikkelen voor a-modale pricing van synchromodale diensten in maritiem en continentaal achterlandtransport. Het onderzoek richt zich op (1) het inschatten en afprijzen van de risico’s op het niet kunnen inzetten van de goedkoopste transportoplossing, (2) de acceptatie van a-modale pricing door klanten en (3) de mogelijkheden voor dynamische pricing (o.a. yield management) van synchromodale diensten.

Projectleider: Dr. R. Kwikkers, Fontys Hogeschool
Partners: European Gateway Services, Den Hartogh Liquid Bulk Logistics, KLG Europe


Real Time Verkeersdata voor Goederenvervoer (ITSLOG)

In dit onderzoeksproject worden de effecten van het realtime rerouten en bufferen van vrachtwagen op basis van actuele informatie over het verkeer en de beschikbaarheid van laad- en loslocaties geanalyseerd. Deze functionaliteit is van grote waarde voor verbetering bereikbaarheid en de doorstroming van goederenvervoer op hoofdwegen en binnen steden.

Dit onderzoek richt zich op het gebruik van actuele verkeersdata bij goederenvervoer (stadslogistiek) in de metropoolregio Amsterdam. Hierbij ligt de focus op de toepassing bij de levering van levensmiddelen aan winkels, convenience stores en consumenten. Dit onderzoek wordt gedaan in nauwe samenwerking met Ahold en Simacan, welke de praktische uitvoering op zich nemen. De beschikbare laad- en loscapaciteit wordt in relatie gebracht tot de actuele positie en de verwachte aankomsttijd van vrachtwagens op de laad- en loslocatie én bovendien worden op basis hiervan, en actuele verkeersdata, uniforme rerouting en bufferinstructies gegenereerd die door boordcomputersystemen verwerkt en aan de chauffeurs gecommuniceerd kunnen worden.

Verschillende stakeholders profiteren van de uitkomsten van dit onderzoek: vervoerders en verladers kunnen brandstofkosten en transportkosten reduceren, beter planningen maken, het wagenpark optimaal inzetten, bezitting laad-losplaatsen betrouwbaarder krijgen en de snelheid van leveringen verhogen. Ontvangers van goederen krijgen beter inzicht in aankomsttijd van vrachtwagens, beter voorraadbeheer en hebben minder verkeershinder bij de winkels. Wegbeheerders kunnen bestaande infrastructuur beter benutten en onderhouden, en hun verkeersmanagement verbeteren door beschikbaarheid data/informatie. De hele leefbaarheid van de stad wordt hierdoor verbeterd.

Projectleider: Dr. W.P. van Amstel, Hogeschool van Amsterdam
Partners: CWI, TU Delft, Simacan, Ahold, Peter Appel Transport, Tafel Ruimte & Infrastructuur, AEB, Provincie Noord Holland, Stadsregio Amsterdam, Gemeente Amsterdam

Geef de eerste reactie